Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Zweefvlieger van Otto Lilienthal in TwentseWelle

Otto Lilienthal was in 1896 de eerste man ooit die het lukte om met een zweefvliegtuig te vliegen. Een van zijn zweefvliegers, met een spanwijdte van wel zeven meter, is te bewonderen in ‘De droom van het vliegen’.

In 1894 lukte het de Duitse uitvinder Otto Lilienthal voor het eerst om te glijden op de lucht. Hij vond het zweefvliegen uit. Hij bewees na veel mislukte pogingen dat het mogelijk was te drijven op de lucht. Daarvoor deed hij eindeloos onderzoek. Naar thermiek, naar de vogelvlucht, naar luchtstromen en naar de tot dan toe door mensen ondernomen pogingen om de vogelvlucht na te bootsen.


Hoewel het Lilienthal lukte om te vliegen, kwam hij niet verder dan zo'n tweehonderd meter. Om verder te komen was een motor nodig. De stoommotor was er toen al wel, maar die was veel te zwaar en had ook nog eens veel kolen en water nodig. Er werd dus hard gewerkt aan een betere motor. Hoe dat verliep, dat zie je in 'De droom van het vliegen'.