Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Silvia B. - Memento mori

Armando was erg onder de indruk van de geschriften van de Duitse schrijver Ernst Jünger. Jünger, die als soldaat had gediend in de Eerste Wereldoorlog, schreef dat de mens zichzelf misschien heeft verfijnd en edeler heeft gemaakt, maar dat het dierlijke nog altijd in hem sluimert. 

De oorlog en de strijd laten zien uit welk hout we eigenlijk gesneden zijn. Dan stijgt het dier op uit het diepst van onze ziel. Silvia B. toont ons in haar kabinet de verfijnde en edele mens in optima forma. Portretten van schattige jongetjes die ons met grote, onschuldige ogen aankijken. Een musicerend gezelschap als toonbeeld van volmaakte beschaving en fijn geschilderde voorstellingen van elegante, klassieke naakten. Geïdealiseerd en gepolijst.


De jongen op de bank past helemaal in dit plaatje, zo onschuldig en mooi als hij is. Een eigentijdse dandy, in zijn maagdelijk witte pakje met perfecte snit. Vergenoegd ligt hij een dutje te doen, of toch niet? Waar bij Armando de verscheurdheid direct voelbaar is, openbaart deze zich bij Silvia B. pas in tweede instantie. Langzaam ontstaan er barstjes in het gepolijste oppervlak. De python om de nek, de speelkaart in de broek. Is deze jonge onnozelaar gevallen voor de verleidingen om hem heen en bezweken? Op zijn enkel is het cijfer 777 getatoeëerd. Volgens sommigen verwijst dit cijfer naar de goddelijke perfectie, de volmaakte toestand van de mens voor de zondeval. Toen hij nog een eenheid was met God en het kwaad nog niet bestond. Een toestand waarin de dood nog niet aanwezig was.


Het menselijke verlangen naar heelheid en eeuwigheid is sindsdien onvervulbaar, en daarmee een enorme bron van inspiratie geworden. Zonder de eindstreep van de dood sterft immers de urgentie om iets neer te zetten in het leven. De tijdelijkheid van het bestaan maakt dat wij blijven verlangen en streven om onze behoefte aan compleetheid te stillen. Soms ervaren we bijna de vervulling van dat verlangen, als we genieten van schoonheid, liefde en plezier. De weg naar die ervaring is echter vaak niet zonder gevaren en daarbij is de beleving ook nog eens gedoemd gepaard te gaan met pijn in het hart, sinds we kennis hebben van de keerzijde en de tijdelijkheid van dat alles. Toch zal de mens zijn lot altijd blijven tarten en wegen zoeken om de dood te overwinnen, ook al is dat misschien ijdele dwaasheid.