Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Peter Zegveld - Wilskracht en onvermogen

We willen kathedralen bouwen, we willen bergtoppen bedwingen, in de strijd willen we tot het uiterste gaan voor de goede zaak. In de mens schuilt de ambitie om boven zichzelf uit te stijgen en het leven naar zijn hand te zetten. De Babyloniërs waren al bevangen door dit streven zoals het schilderij De toren van Babel uit de RMT-collectie laat zien. 

Ze wilden een toren bouwen die tot in de hemel zou reiken, maar God strafte de mensen genadeloos voor hun ambities. Van de een op de andere dag spraken zij allemaal verschillende talen en lukte het niet meer om samen te werken.


De hoogmoed van de Babyloniërs werd afgestraft door God. Onze hoogmoed wordt vaak afgestraft door het leven zelf. Hoe hard we ook ons best doen, soms bereiken we met onze daden het tegenovergestelde van wat we willen. Het is de tragiek van het mens-zijn. In de installatie Die Treppe van Peter Zegveld valt de ambitie om de bovenste trede van de ladder te bereiken samen met dit tragisch besef. We zijn niet omhoog geklommen met de bedoeling om te vallen, maar het noodlot voelt hier onvermijdelijk.


Dit in tegenstelling tot de litho’s van Constant Nieuwenhuys. De werken maken deel uit van zijn utopische project New Babylon, en zijn bevangen door een optimistisch geloof in een nieuwe en ideale samenleving. New Babylon is Constants ontwerp voor de stad van de toekomst, maar inspiratie hiervoor vond hij onder andere in het verleden, in de mythische stad Babel uit de Oudheid. Waar de Bijbel de Babyloniërs bekritiseert vanwege hun hoogmoed, roemt Constant juist hun hoogstaande cultuur. Voor hem was Babel de kosmopolitische stad van de vrijheid.

Ook in New Babylon draait het om vrijheid. De stad wordt bewoond door de homo ludens: de spelende en creatieve mens die is bevrijd van onderdrukkende structuren en lichamelijke arbeid. 


De homo ludens heeft zijn bestaan als nuttigheidsdier opgegeven en geeft zijn leven op creatieve wijze vorm, via het spel. Op dit punt vinden Peter Zegveld en Constant elkaar. Want ook Zegveld herkent in het spel een grote creatieve kracht. Voor hem is het spelen een manier om tot zijn werken te komen. Zijn installaties zijn niet het resultaat van een vooropgezet plan, maar komen voort uit het experimenteren met apparaten, spullen en ideeën. En Zegveld speelt ook met de kijker, die hij wil laten meevoeren door de illusie die voor diens ogen wordt gecreëerd. We zien de illusie én we zien onszelf. We zien een vallende mens, maar de val is ook een nieuw begin.