Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Berend Strik - Het mysterie en het verlies daarvan

Het mysterie is het ongrijpbare, dat wat we niet kennen en niet kunnen doorgronden. Het mysterie komt voort uit onze verwondering over de wereld en de manier waarop deze zich aan ons voordoet. Maar hoe ouder we worden, hoe beter we de wereld leren vatten. 

We willen grip krijgen; het mysterie ontrafelen om ons bestaan te begrijpen. Voor Berend Strik is de verbeelding het middel om vorm te geven aan het mysterie. Het onbenoembare wordt zichtbaar gemaakt door beelden te creëren. De middeleeuwers deden dat al zo mooi, met hun schilderijen en sculpturen van Christus, Maria en de heilsgeschiedenis. Een bijzonder voorbeeld in deze zaal is de 13de-eeuwse tekening van een ‘strijd om de ziel’, waarbij één van de grootste mysteries van het bestaan – het sterven – wordt verbeeld.


Berend Strik gebruikt in zijn eigen werk veel foto’s, want foto’s gaan voor hem over herinneringen en het vasthouden daarvan. De foto’s vormen een ondergrond die hij vervolgens bewerkt met draden, gaas en andere materialen. Voor het centrale werk in zijn zaal, BJA: The prince of fine art, bezocht Strik het atelier van de inmiddels overleden kunstenaar Bas Jan Ader. Van diens weduwe kreeg hij een foto van één van de muren van het atelier, die hij vervolgens bewerkte. Het is een geheimzinnig beeld. En bij degenen die kennis hebben van het leven van Bas Jan Ader – hij verdween op mysterieuze wijze met een bootje op zee – roept het werk ongetwijfeld allerlei associaties op.


Maar voor Strik is BJA: The prince of fine art vooral ook een onderzoek naar zijn eigen kunstenaarschap. De laatste jaren realiseert hij zich steeds meer dat zijn werk niet slechts op zichzelf staat, maar verbonden is met dat van anderen. Deze realisatie mondde uit in een zoektocht naar de piketpalen van zijn kunstenaarschap, die hem niet alleen naar de studio van Bas Jan Ader bracht, maar ook naar die van Jan Dibbets, van wie in deze tentoonstelling een werk uit de RMT-collectie is te zien. Wellicht is Striks onderzoek ook een poging om vat te krijgen op de vaagheid waarin we nu leven. In de kunst is geen duidelijke richting meer aanwezig. Sinds de jaren tachtig is het gedaan met de opeenvolging van dominante stijlen en iedereen moet nu zijn eigen weg zien te vinden. In Striks woorden: ‘Er is geen centrum meer’. Misschien wordt dat gevoel ook wel verbeeld in zijn sculptuur Sadness, sluizes, mermaids and delay in het midden van de zaal. Het is alsof de voorstelling uiteen valt.