Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Musea en de zingevingsbusiness…

Op de website iMore las ik dat de ‘business’ van Facebook niet Facebook zelf is maar ‘attention’, ofwel aandacht. (Eerder gepubliceerd op 23 februari 2014)

Op de website iMore las ik dat de ‘business’ van Facebook niet Facebook zelf is maar ‘attention’, ofwel aandacht. Facebook is slechts één van de vele producten die Facebook in zijn snel uitdijende universum aanbiedt. Ook Instagram en sinds kort Whatsapp horen erbij. De overeenkomst van al die diensten of producten is de aandacht die ze van de klant vragen. Want via die aandacht kun je advertenties verkopen. De business van Facebook is dus ‘attention’ en het businessmodel steunt op advertenties. Als onderneming moet je weten in welke ‘business’ je zit om je producten af te kunnen stemmen op je markt.


Hoe zit dat met musea? Musea produceren tentoonstellingen, educatieve programma’s, speciale activiteiten, kopjes koffie in het café en ansichtkaarten in de winkel. Maar in welke business zitten musea? Ze zitten niet in de tentoonstellingen-business. Tentoonstellingen zijn slechts producten. Om te snappen in welke business musea opereren moeten we ze op een ander niveau bespieden. Want wat is de overeenkomst tussen al die producten? In welke behoefte voorzien ze? Musea tonen nieuwe dingen en dingen die ze belangrijk vinden. Musea helpen hun bezoekers de dingen te plaatsen en te begrijpen. Ze bevestigen de bezoeker in hun eigen opvattingen en soms hopen ze die opvattingen licht te ontregelen.


Musea voorzien in de behoefte aan zingeving. Zingeving is een adequaat woord want ‘zin’ geef je. Die bestaat niet van zichzelf. Musea zitten in de zingevings- of anders gezegd, de betekenisbusiness. Hoe werkt dat precies? Laten we de bijbel erbij halen. In het boek Genesis staat dat de mens alles een naam mocht geven, de planten, de bomen, struiken, vissen vogels en dieren. Zoals de mens het benoemde, zo zou het heten. De mens hoefde zich niet te vervelen, hij had een hele taak voor zich. Nee, vervelen hoeft de mens zich nog steeds niet want nadat hij alle zichtbare dingen in de wereld een naam had gegeven ging hij voort met andere, meer abstracte dingen zoals: wiskundige dingen, filosofische dingen, politieke dingen, technische dingen, kunstdingen… Mensen hechten woorden aan dingen en aan die woorden plakken ze in hun hoofd een web van betekenissen. Door de dingen te benoemen en in categorieën onder te brengen maakt de mens de wereld begrijpelijk, zinvol en betekenisvol. Zonder betekenis zou de wereld een rommeltje blijven. De mens is een ‘betekenissendier’.


Foto: Brugse Meester van 1499, Diptiek van Christiaan de Hondt. Vanaf 14 september te zien in Rijksmuseum Twenthe op de tentoonstelling: Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en de ontdekking van de wereld.


Musea zitten dus in de zingevings- of betekenisbusiness. En omdat zingeving vreselijk belangrijk wordt gevonden (waartoe ben ik?) worden musea tot de belangrijkste instellingen in onze tijd gerekend. Het probleem van veel musea is dat ze denken dat hun publiek zit te wachten op ontregelende verbeeldingen en nieuwe betekenissen. Dat is een misverstand. De meeste bezoekers willen behaagd en bevestigd worden. En geef ze eens ongelijk. Kunstenaars daarentegen proberen bestaande denkbeelden op hun kop te zetten. Ze plaatsen voortdurend vragen bij alles wat de gemiddelde mens zinvol vindt. De meeste bezoekers willen helemaal niet geconfronteerd worden met de relativering van wat ze zinvol vinden. Bezoekers willen gewoon bevestigd worden in hun opvattingen over goed en kwaad, over mooi en lelijk en over waardevol en waardeloos. Mensen willen alleen een nieuw beeld als het hun bestaande opvattingen versterkt. De meeste haken af zodra ze een beeld niet kunnen plaatsen of zodra het nieuwe beeld ingaat tegen hun hoogstpersoonlijke opvattingen. Populaire musea zijn dus bedreven om precies datgene aan te bieden wat hun publiek verdraagt en behaagt.

Zou het daarom zijn dat musea vooral 55-plussers trekken? Ouderen die helemaal geen behoefte hebben aan nieuwe opvattingen? Terwijl cultureel geïnteresseerde jongeren meer zoeken naar de vernieuwing en het experiment? Of is dit laatste niet meer dan een dom cliché en zijn jongeren minstens zo behoudend als hun ouders?

blog comments powered by Disqus
doorArnoud Odding datum20.05.2015