Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Aarderood en olijfgroen

De knal van een verkeersbord en de intensiteit van een Vlaamse Primitief: dat is waar Han Schuil naar streeft met zijn werk. Het werk van Han Schuil in de collectie van RMT (2000-2001) is een mooi voorbeeld hiervan. 

Schilderen zonder doek
Al vroeg in zijn schildersloopbaan houdt Han Schuil (1958) op met het schilderen op doek. De textuur van het linnen zit hem in de weg. Als ondergrond gaat hij blik gebruiken, later aluminium. De verfhuid wordt op deze dragers harder en gladder.

Figuratief schilder
Schuil beschouwt zichzelf als een figuratief schilder. Zijn werken vinden altijd hun oorsprong in alledaagse objecten, beelden waar hij niet direct naar op zoek is, maar die zijn aandacht trekken. Hij slaat ze op en laat ze uitkristalliseren in zijn hoofd. Vignetten, fragmenten van sportfoto’s, logo’s, pictogrammen, figuren uit stripverhalen en videospelletjes, wegmarkeringen, het zijn altijd dingen die door mensen zijn gemaakt die voor Schuil een aanleiding vormen voor een schilderij. De oorspronkelijke motieven zijn meestal niet meer herkenbaar, ze worden door Schuil getransformeerd en geabstraheerd. Abstractie is geen doel op zich, het gaat Schuil om het bereiken van een beeld met een krachtige signaalwerking.

Impact en intensiteit
Schuil heeft in een groepsinterview in 1985 gezegd dat hij ' de knal van een verkeersbord en de intensiteit van een Vlaamse Primitief' nastreeft. De gladde verfhuid en de zakelijke uitstraling van de metalen dragers spelen hierbij een belangrijke rol, evenals de dikwijls niet-gangbare formaten die Schuil gebruikt, waardoor het schilderij op zichzelf een teken wordt.