Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Noblesse oblige - verleden en toekomst van RMT

Tot ver in de 19e eeuw was Twente een nogal ontoegankelijk land met arme boeren, verstilde dorpen en enkele kleine stadjes. Maar door de opkomst van de textielindustrie voltrok zich vanaf het midden van de eeuw een rappe revolutie. Aan het begin van de 20e eeuw was Twente getransformeerd tot de meest geïndustrialiseerde streek van heel Nederland. De Gouden Eeuw van Twente was een feit. Dorpen ontwikkelden zich tot industriesteden; de fabrikanten hadden hun eigen Twentsche Bank en bouwden flinke villa’s; in Hengelo stichtte Charles Theodorus Stork Tuindorp ’t Lansink en in Enschede schonk de familie van Heek het Rijksmuseum Twenthe.
Ergens in de zestiger jaren van de twintigste eeuw eindigde de gouden eeuw. Fabrieken werden gesloten, de Twentsche Bank ging in 1964 op in de Algemene Bank Nederland, maar Rijksmuseum Twenthe bestaat nog altijd.

Met de tentoonstelling De Gouden Eeuw van Twente onderzoekt Rijksmuseum Twenthe niet alleen de eigen wortels maar probeert het ook een aanzet te geven voor een verbeeldingsvolle en innovatieve toekomst. Hieronder een samenvatting van het voorwoord dat Arnoud Odding schreef voor de publicatie De Gouden Eeuw van Twente.

(Vanaf eind april voor € 15,00 in het museum te koop en voor Vrienden van het museum gratis af te halen.)


noblesse oblige


In de loop van de 19e eeuw bracht de industriële revolutie een nieuwe groep mensen tot grote welstand. Dat was niet alleen zo in de industriegebieden in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, maar bijvoorbeeld ook in het Duitse Roergebied waar de zware industrie explosief groeide. In Nederland bloeide de Rotterdamse haven en de textielindustrie kwam tot ontwikkeling in Brabant en vooral in Twente. Op het hoogtepunt, in de eerste decennia van de twintigste eeuw, vonden vele duizenden arbeiders werk in de Twentse textiel- en metaalindustrie. Niet het Eindhovense Philips maar de Enschedese firma Van Heek & Co was in de eerste jaren van de twintigste eeuw de grootste industriële onderneming van ons land. Het was de uitzonderlijke omvang van de Twentse textielindustrie waardoor de vrijwel totale ineenstorting van deze bedrijfstak in de jaren zestig en zeventig zulke diepe sporen heeft kunnen achterlaten in de Twentse economie. De gevolgen zijn tot op de dag van vandaag merkbaar. Met terugwerkende kracht kleurt die misère ons beeld van de ontwikkeling die Twente doormaakte vanaf het midden van de 19e eeuw. We herkennen de Twentse gouden eeuw niet meer omdat we de sluiting van de fabrieken nog altijd niet te boven zijn.


Waar ze zich ook vestigden, in Detroit, Duisburg, Manchester of Enschede, overal botste de nieuwe klasse van industriële ondernemers, vaak meermaals, met de arbeiders die in hun fabrieken werkten. Daar staat tegenover, en dat is een overeenkomst die vaak over het hoofd wordt gezien, dat veel ondernemers zich ook inspanden om de leef- en werkomstandigheden van hun personeel te verbeteren: 'noblesse oblige'. Vanuit dat besef is Rijksmuseum Twenthe ontstaan. Initiatiefnemer Jan Bernard van Heek ‘wenste de schoonheid, de kunst, binnen het bereik van de Twentenaren te zien’, aldus minister Terpstra bij de opening van het museum in 1930.


Met zijn culturele ambities paste Jan Bernard van Heek in een wereldwijde trend. Overal begon de industriële elite kunst te verzamelen en veelal belandde die kunst in nieuw gestichte musea. In het Duitse Roergebied vind je in plaatsen als Essen en Duisburg prachtige musea met veelzijdige collecties van de middeleeuwen tot en met de 20e eeuw. In de Verenigde Staten had je verzamelaars als Vanderbilt, Frick, Carnegie en anderen die ongelooflijk rijke collecties aanlegden, van de Italiaanse renaissance tot de Franse impressionisten. De grote twintigste eeuwse verzamelaars in Nederland waren de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen, Hélène Kröller-Müller die uit een industrieel geslacht uit het Duitse Essen stamde en natuurlijk de drie broers Van Heek die een hoofdrol spelen in dit boek. Het is geen toeval dat de collectie van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen qua structuur grote gelijkenis vertoont met de collectie van Rijksmuseum Twenthe. Met een collectie die meer dan zeven eeuwen kunst omspant is Rijksmuseum Twenthe een karakteristiek voorbeeld van een 'noblesse oblige museum'.


[…]


Kunst, technologie en ondernemerschap - verbeelding


Met 'De Gouden Eeuw van Twente' kijkt Rijksmuseum Twenthe terug. Terug naar de wortels van het museum en ook naar de kwaliteiten waardoor Twente vanaf de tweede helft van de 19e eeuw zo'n snelle ontwikkeling door kon maken. Opmerkelijk genoeg bepalen de historisch gegroeide kwaliteiten van technologie en ondernemerschap nog altijd de kansen in deze regio. De Universiteit Twente is met 800 succesvolle spin-off bedrijven de Europese koploper op het gebied van startups. "Er is geen regio in Europa waar meer startups worden gecreëerd dan in Twente" staat trots op hun website te lezen. Naast de universiteit is Saxion Hogeschool een educatieve en technologische speler in de regio. Vergeet ook niet alle grote, gevestigde en technologisch hoogwaardige bedrijven. Twente heeft veel in zich om een zeer innovatieve regio te zijn.

Maar, het moet gezegd, technologie en ondernemerschap alleen zijn in de 21e eeuw niet voldoende. Het draait meer dan ooit om creativiteit, om verbeelding, om je mogelijkheden voor te stellen die nog niemand heeft bedacht. En daar komen de kunstenaars, de studenten, de ontwerpers en de andere ongebonden geesten in beeld. De mensen die zich blijven verbazen, die kansen benutten waar anderen ze over het hoofd zien. Die mensen hebben een podium nodig, een vrijplaats ook, waar ze mogen experimenteren, spelen, denken en dromen. Zo'n plek wil Rijksmuseum Twenthe ze de komende jaren bieden. Er gebeurt veel in Twente, we moeten het alleen beter organiseren, faciliteren en presenteren.


Rijksmuseum Twenthe heeft een onderzoek gedaan naar de wortels van het museum en van de regio Twente. Dat heeft niet alleen deze publicatie en een eigenzinnige collectiepresentatie opgeleverd maar ook inspiratie voor een toekomst waarin kunst, technologie en ondernemerschap nieuwe perspectieven bieden voor het museum en de regio. Noblesse oblige.


Arnoud Odding