Rijksmuseum Twenthe - Het kunstmuseum van Enschede

Kwaliteit als wolf in schaapskleren

Ik heb de indruk dat niet alleen de culturele instellingen maar ook het ministerie en de Raad voor Cultuur geschrokken zijn van de periode 2010-2012 waarin instellingen nogal kil en rekenmeesterig werden afgerekend op hun prestaties. Het lijkt dus logisch dat er naast de kwantitatieve beoordeling meer aandacht komt voor een kwalitatieve beoordeling. Maar hoe doe je dat, kwaliteit beoordelen? Op dit moment zijn er diverse initiatieven om de waardering van kwaliteit centraler te stellen in de totale beoordeling van instellingen. En alhoewel de partijen ons bezweren dat het niet bedoeld is om administratieve lasten zwaarder te maken, zie ik een enorme toename van de jaarlijkse papierwinkel op ons af komen. Laten we ons daarom afvragen of een hernieuwde focus op kwaliteit het passende antwoord is op de meest prangende vragen van vandaag en morgen.

Kijk naar Rijksmuseum Twenthe dat in 2012 in grote problemen kwam. De kwestie was niet dat de kwaliteit niet goed was. RMT bracht uitstekende tentoonstellingen, daar had de Raad voor Cultuur geen kritiek op. Nee, ik geloof juist dat RMT te zeer gericht was op de kwaliteit van de projecten. Het waren uitstekende en zeer verantwoorde projecten. Maar was er wel nagedacht of dit de juiste projecten waren op het juiste moment en op de juiste plaats? In wiens behoefte voorzagen deze projecten en welk publiek belang werd ermee gediend? Die vragen werden onvoldoende gesteld want alle aandacht ging uit naar de intrinsieke kwaliteit. De wereld om ons heen is echter razendsnel aan het veranderen en mijn stellige overtuiging is dat RMT zo gevangen zat in kwaliteitsdenken dat het niet in staat was om in te spelen op een nieuwe realiteit. Kwaliteit bleek een wolf in schaapskleren.


Het gevaar van vandaag is dat we het kwantitatieve rendementsdenken lijken aan te vullen met kwalitatief rendementsdenken. Ik ben van mening dat een ingrijpender verandering van perspectief noodzakelijk is. Daarom doe ik een pleidooi om niet de beoordeling van gerealiseerde kwaliteit centraal te stellen maar de mate waarin de organisatie erin slaagt zich te vernieuwen en in te spelen op actuele, culturele en maatschappelijke ontwikkelingen. Laten we ons niet alleen richten op kwantiteit en kwaliteit, maar vooral op de mate waarin een instelling zich weet te transformeren en aan te passen aan continu veranderende omstandigheden.


Helaas is vernieuwen een onzeker proces met een aanzienlijke kans op mislukkingen. Naast de verantwoorde projecten moet je regelmatig minder verantwoorde experimenten aandurven. Als je werkelijk wilt vernieuwen dan moet je niet alleen op de gebaande paden wandelen maar je ook in het struikgewas wagen. De focus op kwaliteit zet dan een rem op de drang tot innoveren. Immers, je weet zelden van tevoren wat goed uit zal pakken en wat niet. Als het verkeerd uitpakt komt er zeker druk om terug te keren naar het oude, vertrouwde en gebaande pad. Innoveren is echter een proces van vallen, opstaan en vooral weer doorgaan. Doorgaan tot je nieuwe paden hebt gevonden of gebaand, ‘connecting the dots' noemen ze dat in de angelsaksische wereld. Alleen zo kun je passende waarden blijven leveren in een veranderende context. Het kwaliteitsdenken zoals ik dat zie in de BIS-monitor van het ministerie en de aanzetten voor zelfevaluatie en visitatie van de museumvereniging hebben vooralsnog te weinig oog voor dit essentiële proces van voortdurende transformatie.


Arnoud Odding


(foto: landpresentatie van San Marino op de Biënnale van Venetie, Liu Ruo Wang)

blog comments powered by Disqus
doorArnoud Odding datum19.05.2015