Zo begon het
Hij geloofde dat kunst niet alleen iets was voor de elite, maar voor iedereen die zich wilde laten raken. Daarom schonk hij zijn schilderijencollectie én de nodige middelen aan de Staat der Nederlanden om een museum te bouwen. Na zijn overlijden zette Jan Bernards vrouw Edwina, samen met de Van Heek familie, zijn werk voort. In 1930 was het eindelijk zo ver; de opening van Rijksmuseum Twenthe aan de Lasondersingel in Enschede.
Een collectie die blijft groeien
Door de jaren heen groeide de collectie naar meer dan 9.000 objecten. Mede dankzij de vrijgevigheid van vele weldoeners:
- In de jaren 60 voegden J.B. Scholten en M.G. van Heel hun verzameling van schilderijen uit de Gouden Eeuw, de 19de eeuw en honderden stukken Delfts aardewerk toe.
- In de jaren 90 verrijkte Mr. J.M. van Kempen (door het legaat) het museum met honderden prenten, tekeningen en boeken.
- De collectie zilver van de Martens-Mulder-Stichting (17de en 18de eeuw) is inmiddels in permanente bruikleen.
- De schenkingen van Karel Levisson en de komst van de Art & Project / depot VBVR-collectie waren een een mijlpaal voor moderne kunst in het museum. De Art & Project / depot VBVR-collectie omvat zo’n duizend werken van internationaal toonaangevende kunstenaars uit de tweede helft van de 20ste eeuw.
Het gebouw en de bekroonde tuin
Het museumgebouw is een ontwerp van Karel Muller en Anton Beudt. Het werd gebouwd in opdracht van de familie Van Heek. Muller, bekend als de ‘vader van de Twentse landhuizen’, ontwierp ook het beroemde Tuindorp 't Lansink in Hengelo. In de jaren 90 gaf architect Ben van Berkel het museum een nieuwe dimensie met een extra tentoonstellingszaal en een licht museumcafé.
De museumtuin kreeg in diezelfde periode een compleet nieuwe inrichting van landschapsarchitect Lodewijk Baljon. Zijn ontwerp ontving in 2004 de prestigieuze Award of Merit van de American Society of Landscape Architects.
Nieuwe groene plekken om te beleven
De museumtuin – een groene oase vol kunst en natuur
De binnentuin van Rijksmuseum Twenthe onderging in 2020 een complete metamorfose. Wat ooit een traditionele tuin was, groeide uit tot het experimentele Groene Lab, een plek waar kunst en natuur samenkomen. In samenwerking met landschapsarchitect Stefan Jaspers en kunstenaars die de natuur als inspiratiebron gebruiken, ontstond een groene ontmoetingsplek die blijft verrassen.
De eerste stap werd gezet door Claudy Jongstra, gevolgd door Christiaan Zwanikken, die de tuin verder vormgaf tot een oase midden in de stad. Hier kun je even ontsnappen aan de drukte en je laten inspireren door kunst in het groen.
In 2022 ontwierp Elspeth Diederix de Sottoboscotuin, een poëtische tuin achter het museum. Ze liet zich inspireren door Italiaanse sottobosco-schilderijen, die het verborgen leven onder het bladerdak verbeelden. De tuin bestaat uit een schaduwrijke bosgrondtuin en een zonnige tegenhanger – een plek vol gelaagdheid en verstilling.
Datzelfde jaar kreeg de tuin gezelschap van een heemtuin aan de overzijde van het museum, met inheemse planten en een sterke nadruk op biodiversiteit. Een groene plek die laat zien hoe rijk de natuur van dichtbij kan zijn.
En er is meer: de museumtuin herbergt ook Het Lös Hoes, een authentieke Twentse boerderij die de verbinding legt tussen kunst, natuur en het leven van vroeger.