Een fles met daarin een ballon die zichzelf als een geest opblaast, twee koppen van hout die over elkaar heen tuimelen in een langzaam ronddraaiend rad of een grote kist die plotseling opspringt. Het zijn voorbeelden van typische Zegveld-installaties. Ze bewegen en maken geluid. Ze zijn vaak grappig en vindingrijk, zoals de geest die wil ontsnappen uit de fles. Of ze brengen je even van je stuk, om vervolgens een glimlach op je gezicht te toveren, zoals de opspringende ‘plofkist’.
Lichtvoetigheid en ernst
Maar hoe inventief of lichtvoetig de werken ook zijn, altijd komt bij Zegveld de ernst om de hoek kijken. ‘Mijn thema is de kwetsbaarheid van de mens’, aldus de kunstenaar. De mens die wordt geboren met als enige en onafwendbare zekerheid dat hij zal sterven. En in de tussentijd moet die mens zich zien te redden in dit bestaan. Om die tijd vreugdevol te maken, fixeert Zegveld in zijn werk ‘momenten’. Momenten die ons herinneren aan ons noodlot of aan onze fundamentele driften. Momenten die ons herinneren aan wie we zijn. Maar bij Zegveld zijn die momenten nooit statisch of bevroren. Altijd is er beweging.
Nieuwe synthese
Beweging was vanaf het begin al onderdeel van Zegvelds beeldende werk. In de eerste jaren van zijn kunstenaarschap waren dat vooral korte, heftige momenten: een voorbij scheurende auto of een ontploffing. De laatste jaren zijn de beelden en installaties verhalender. Het theatrale, vertellende element is steeds meer in zijn beeldende werk geslopen en de beweging duurt langer voort. Enkele jaren geleden nam Zegveld zijn intrek in een grote, leegstaande loods in Zaandam en begon zich meer te richten op het creëren van beelden en installaties. Waren voorheen theater, beeldende kunst en autonome muziek afzonderlijke bezigheden, in zijn recente werk vormen ze een synthese.